Nieuwe vaardigheden

Web

Samen met de jongere(n) naar mogelijkheden zoeken om een probleemsituatie aan te pakken.
Jongeren zijn wel degelijk in staat om mee te helpen zoeken naar oplossingen en alternatieven. Ze kennen het probleem maar al te goed, ze zitten er zelf middenin. Een alternatief of een oplossing die voor beide partijen ‘aanvaardbaar’ is, heeft altijd meer kans op slagen.

Betrek de jongere(n) bij dit denkproces:

  • Hoe kunnen we dit samen oplossen?
  • Wat zou jij doen mocht je in mijn plaats zijn?
  • Heb jij voorstellen om te zorgen dat dit niet meer gebeurt?

Gun de jongere(n) de tijd om daar over na te denken. Meestal verwachten ze niet dat je hen betrekt bij het zoeken naar oplossingen. Geef de jongere(n) de kans om zelf voorstellen te formuleren en dit samen met jou dan verder te verfijnen en zelfs in te oefenen. Verlies vooral het uiteindelijke doel niet uit het oog. De inzet van een goed alternatief of een goede oplossing is dat de jongere opnieuw op een positieve wijze kan deelnemen aan de activiteit en niet langer zelfdestructief gedrag gaat stellen door op een ongepaste wijze te handelen.

Bij herhaaldelijk problematisch gedrag zal in onze school de leerlingenbegeleiding tijdens de gesprekken gebruik maken van de verbale interventiemethodiek zoals beschreven in LSCI. Tijdens deze gesprekken zal de leerlingenbegeleidster samen met de leerling streven naar zelfregulerend gedrag. Vanuit het inzicht in de oorzaken van het gestelde gedrag tracht de leerlingenbegeleiding de leerling alternatieve handelwijzen aan te reiken en aan te leren om zo de leerling op een constructieve wijze om te leren gaan met frustratie of stress.

Nieuwe vaardigheden aanleren; enkele tips:

  • Bespreek met de leerling de gewenste omgangsvorm
  • Demonstreer eventueel de gewenste omgangsvorm. Leg hierbij elke tussenstap duidelijk uit.
  • Laat de jongere helpen en meedenken terwijl jij de stappen uitvoert.
  • Laat de jongere stappen uitvoeren terwijl jij helpt en meedenkt.
  • Laat nadien de stappen alleen uitvoeren, terwijl jij toekijkt of in de buurt bent.
  • Geef hierbij duidelijke feedback en bemoedig bij elke tussenstap.
  • Begin dus nooit bij het eindresultaat. Begin bij wat de jongere al kan.
  • Werk in kleine stappen. Maak zelf geen te grote sprongen maar volg het tempo van de jongere.
  • Hou de sfeer prettig. 
  • Zet jezelf en de jongere niet onder druk om snel resultaat te halen.