Sanctioneren

str

Straffen staat niet toevallig helemaal achteraan de rij.

Santioneren is zeker niet het meest efficiënte middel om gedrag bij te sturen.
Bovendien brengt het nemen van strafmaatregelen vaak de ‘relatie’ met de jongere ernstige schade toe, werkt het demotiverend en is het soms zelfs contraproductief.
En toch kan het hanteren van een straf onder welbepaalde omstandigheden en welbepaalde voorwaarden wel een goed hulpmiddel zijn.

Wat is een straf?
Een straf bestaat uit het toedienen van iets onaangenaams of het wegnemen van iets leuks als gevolg van negatief of ongewenst gedrag. Een straf heeft tot doel om de jongere iets bij te leren. Zo hopen we dat een jongere leert dat bepaald gedrag een negatief effect heeft voor zichzelf en de mensen om hem/haar heen. Een straf kan dus een hulpmiddel zijn om jongeren te leren verantwoordelijk te zijn voor hun eigen gedrag o.a. door er de gevolgen van in te zien.

Welke straffen bestaan er?

  • fysieke straffen: slaan, schoppen, op je knieën zitten, zijn gelukkig niet meer van deze tijd. Een jongere pijn doen, is niet alleen totaal nutteloos, het schept bovendien een afstand tussen de ‘opvoedeling’ en de ‘opvoeder’ en vernietigt de vertrouwensrelatie. Een jongere even ‘vastpakken’ als hij/zij dreigt weg te lopen of hem uit een gevecht halen is geen fysieke straf. Het is eerder een reflex, iets waarbij je even ‘fysiek’ moet ingrijpen om de veiligheid van de jongeren te kunnen verzekeren.
  • activiteitsstraffen: het verbieden van aangename bezigheden of het opleggen van onaangename karweien. Het is van groot belang om hierbij zeer redelijk te handelen.
  • sociale en psychologische straffen: bespotten, verwijten, bekritiseren, een jongere ‘als persoon’ negeren, doen alsof hij/zij niet bestaat, … Ook deze straffen kunnen we niet goedkeuren, ze kwetsen vaak nog meer dan fysieke straffen.
  • kort het gedrag negeren: veel storend gedrag ontstaat als er publiek is. Door het gedrag te negeren, neem je de voornaamste beloning (negatief verkregen aandacht) weg. Dit is wel iets anders dan een hele dag ‘doen alsof de jongere niet bestaat’. Dat is een verkeerde psychologische straf.
  • time-out: de jongere moet even uit de groep, in een andere ruimte bijvoorbeeld. Jij en de jongere kunnen zo tot rust komen. Het kan zeer nuttig zijn om bij ernstig probleemgedrag de time-out in te burgeren als ‘vaste maatregel tot bijsturing’. De eerste keren moet je wat aandringen, soms de jongere naar de time-out plek laten brengen door iemand van het onthaal. De bedoeling is dat de jongere even stil staat bij wat er gebeurd is, zonder al te veel afleiding.

Bij sommige jongeren lijkt straffen geen effect te hebben…
Inderdaad, sommige jongeren hebben (door ervaring) het systeem van straffen goed door. Ze zetten een pokerface op of lachen de straf weg. Als volwassene voel je je in zo een situatie redelijk belachelijk. Sommige volwassenen verliezen zich daardoor in een escalatie van straffen. Anderen geven het op: ‘deze vervelende vlegel kun je toch niet straffen’. Geen van beide reacties is aan te bevelen. De reactie van de jongere toont aan dat je wel degelijk invloed hebt op hem of haar. Volhouden en zelf rustig blijven is hier dan de boodschap.
Als je merkt dat ‘schrik voor een straf’ echt geen effect heeft, leg dan zeker de link met de beloning voor gewenst gedrag. Jongeren zijn veel beter te motiveren door een beloning dan door de schrik voor de straf!

Voorwaarden voor een goede straf op een rij:

  • Weet de leerling dat hij/zij een fout heeft gemaakt? Soms doet een jongere iets verkeerd zonder te beseffen dat het niet mag.
  • Stel je verwachtingen niet te hoog. Soms kan een jongere niet doen wat je van hem verwacht. Een uur stil zitten op een stoel bijvoorbeeld…
  • Heb je al andere strategieën geprobeerd? Denk eerst aan communiceren, aanleren, aanmoedigen, gewenst gedrag belonen en in laatste instantie aan een straf.
  • Een straf mag geen wraak zijn! Straffen en overvallen worden door kwaadheid, vinden vaak plaats op hetzelfde moment. Laat je niet leiden door boosheid.
  • Speel op het gedrag en niet op de man! Je reageert op wat een jongere verkeerd gedaan heeft, niet omdat je het een slecht persoon vindt.
  • Een straf moet voorspelbaar zijn. Kondig op voorhand aan dat op een bepaald gedrag een straf volgt. De jongere krijgt zo meer verantwoordelijkheid en beslist zelf of het de straf wil of niet.
  • Wees mild. Een straf moet in verhouding staan tot de ernst van het gedrag. 
  • Blijf rustig. Straffen gaat gepaard met emoties van beide partijen. Een jongere is op zo een moment meer gebaat met een rustige volwassene dan met iemand onder stoom.
  • Een straf volgt direct op het ongewenst gedrag. 
  • Consequent volhouden. Een straf die maar gedeeltelijk (of niet na elke aanleiding) wordt uitgevoerd, heeft veel minder of geen effect.
  • Voer een aangekondigde of afgesproken straf zeker uit. Tientallen loze dreigementen, die toch niet worden nagekomen, halen niets uit.
  • Dreig niet met straffen die je toch niet kunt uitvoeren.
  • Aan elke straf komt een EINDE. Blijf geloven in de mogelijkheden en groeikansen van elke jongere!